Als zelfs Man en Vrouw al verschillende
verwachtingen hebben over het begrip “ strijken “, dan is het logisch dat ook
onze werkrelaties vandaag steeds vaker onder druk staan. Een maatschappij in
transitie zorgt voor veel zoeken en weinig vinden, ook binnen
interprofessionele relaties.

Bottom-up- en Top-Down-spelers, pas
aangeworven én fin de carrièrespelers, behoudsgezinde en innovatieve spelers,
verbaal sterke, communicatief vaardige en dialoogspelers, mannelijke en
vrouwelijke breinspelers, OF-OF en EN-ENspelers, korte termijn én
langetermijnspelers, reactieve en pro-actieve spelers, diploma- en ervarings /
competentiespelers, … allemaal samen aan de werk- en vergadertafel.

Al bij stilgestaan hoeveel verschillende
spelers er aan Uw Werkspelerstafel zitten in en hoe logisch het dan is dat die
combinatie is die samenwerken steeds complexer wordt?

Zowel voor leidinggevenden als voor
teamleden wordt de inhoudelijke werkdruk nog verhoogd door een tijdrovende en
vaak te weinig beloonde zoektocht naar onderlinge verbinding en relationele
rechtvaardigheid.

Hoe minder die zoektocht lukt, hoe groter
het aantal misverstanden, miscommunicatie, stress en relationeel ontploffings-(
conflicten ) of instortingsgevaar ( burn-out ). Het enige wat vaak jammer
genoeg WEL overeind blijft is zelfbehoud, afbakening, arbeidsverkorting
aanvragen, jobrotatie, afstevenen op een burn-out, kliekvorming, roddel, pesten
en ingesleten achterdocht en angst.

Het “ samen wel in je vel “ wordt steeds
minder gevonden, ondanks de vele inspanningen. De polariteit wij-zij groeit, de
nuance en de meerzijdig partijdige bril wordt steeds vaker vervangen door 1
éénzijdige bril.

Het broodnodige helikopterzicht wordt
ondertussen weer door het vergrootglas vervangen bij elke fout die de ander
maakt. Onze enige houvast na genoeg onderlinge kwetsuren?

Hoe verder we uit elkaar drijven bij gebrek
aan concrete, dagelijkse tools en verbindende woordenschat en hoe minder tijd
ervoor is of we ervoor maken, hoe meer we terugvallen op stenotaal en
rapportage. Zonder de context te ( kunnen ) schetsen raakt de kans op echte
dialoog daardoor nog verder ondergesneeuwd door interpretatie en perceptie.

We
torpederen vandaag steeds verder onze eigen onderlinge verbinding, ook door de
nieuwe media en daardoor ook onze communicatieve vaardigheden, waarbij mimiek,
lichaamstaal, intonatie, checken en parafraseren juist zo’n grote rol spelen.

Voor heel wat leidinggevenden en teamleden
zorgt naast de werkdruk vooral de relationele stress voor een aanslag op hun
eigen welbevinden. Ook het onderling welbevinden tussen teamleden maar ook de flow tussen teamleden en leidinggevenden riskeert op veel plaatsen verder naar
beneden te denderen. Beide partijen botsen vaak op niet aan elkaar “ gelijmde
“ CONCRETE samenwerkingsverwachtingen

Zonder nieuwe eenvoudige taalbegrippen die
plek, onderlinge verwachtingen, verbinding en communicatie regelen, sneuvelt
menige taakinhoud, sneuvelt menig leidinggevende maar evenzeer menige
werknemer.

Wanneer zeggen we gewoon eens stop en maken
we tijd voor wat primeert, namelijk welbevinden als structurele voering voor
een goede inhoudelijke samenwerking?

Verbinden begint bij taalbegrippen die
dezelfde verwachtingsvlag dekken. Koppels in mijn praktijk schieten in de lach
omdat ze zich eindelijk realiseren dat ze enkel ruzie hadden over eigen
verwachting over het taalbegrip “ strijken “. Voor veel vrouwen is “ strijken
“: de mand leegstrijken, alles op een bepaalde manier opplooien, wegstoppen in
de juiste kast, plank opvouwen en mand en plank wegzetten. Doet manlief de
strijk, dan strijkt die vaak de mand leeg en denkt die “ ik ben klaar ! ”Het taalbegrip “ strijken “ herdefinieren
samen, kan wonderen doen in een relatie, net als het woord “ shoppen “, “
opruimen “, “ aandacht geven “, … .

Als het woord “ strijken “ al gedonder kan
geven in de echtelijke teambuilding, dan is het de evidentie zelf dat alleen al
de zo ingeburgerde vaagtaal op de werkvloer als “ opvolgen, we zijn ermee
bezig, ondersteunen, implementeren, begeleiden, bijsturen, we gaan dat bekijken
“, …. dé ideale houtskool zijn voor de
relationele barbecue waarop we met steekvlammen en al elkaar vaak willen /
kunnen en zullen “ grillen “ op het werk. Het zijn net als te vage
taakomschrijvingen, territoriumconflicten en het ontbreken van gedeelde en
objectieve referentiekaders de meest ontvlambare aanmaakblokjes die er zijn.

We hebben eenvoudige verbindende
taalbegrippen ontwikkeld die enkel door ze samen te gebruiken op het werk vanaf
dag één het welbevinden actief kunnen verhogen, voor iedereen. We zijn jammer
genoeg zo druk bezig met steekvlammen doven en steeds nieuwe brandhaardjes te
blussen, dat we vooral foeteren over en tegen wie verantwoordelijk is voor de vlammen
en wie het moet oplossen. Ook binnen die discussie springen de gensters overal
in het rond.

Wat we ( nog ) niet ( meer ) zien is dat we
samen een aandeel hebben in de brandjes en samen allemaal brandwonden oplopen.
Dat het logisch is dat het in eerste instantie aan de taalhoutskool en het gebrek aan een nieuw bijhorend relationeel referentiekader ligt, waardoor ons welbevinden zo
opbrandt, zien we evenmin.

Misschien toch eens stop zeggen en de
briketten van Gezelschapswerk in huis halen. Wedden dat het dan weer SNEL écht
warm en veilig wordt voor iedereen? Met goeie wil alleen krijgt niemand de
haard aan waar iedereen zo recht op heeft. Als wij de haard niet opnieuw warm
krijgen, laten we ook de kinderen, de patiënten, de ouderen, de burger, de
medemens in de kou staan …

Daar waar we met onze nieuwe warmte hun
warmte weer aan kunnen steken. Ze hebben er allen recht op …

Net als wij allemaal….

Lieve Willems

Gezelschapswerk
www.gezelschapswerk.be